• RJO

    Alphense Boys is gecertificeerd als Regionale Jeugdopleiding (RJO) van de KNVB. Het certificaat geldt als een kwaliteitskeurmerk voor de jeugdopleiding van onze vereniging. Onze jeugdopleiding is hiervoor van A tot Z doorgelicht en toen duidelijk was dat Alphense Boys aan de voorwaarden van de KNVB voldeed, kon op 1 april 2015 het RJO-certificaat aan de Boys worden uitgedeeld. 

     

  • Alphense Boys ontvangt certificaat Regionale Jeugdopleiding

    Interview door Nick Verwoerd (april 2015)

    Op 15 april komt Alphense Boys in het bezit van het certificaat Regionale Jeugdopleiding. Een vertegenwoordiger van de KNVB zal na afloop van het bekertreffen tussen de C1 en Willem II C1 het diploma overhandigen. "Ik ben er trots op. We hebben weer een stap gemaakt," meent preses Bob Valkenburg.

    De voorzitter maakte de afgelopen periode deel uit van een commissie die zich tot doel had gesteld om de mogelijkheid te onderzoeken toe te treden tot het selecte gezelschap van clubs met de status Regionale Jeugdopleiding (RJO). De KNVB wil hiermee het jeugdvoetbal een impuls geven en het aantal doorgebroken talenten doen toenemen. Technisch Jeugd Coördinator Paul Bahlmann, bestuurslid technische zaken Harry Redegeld en procesbegeleider Rini van Rijswijk namen eveneens zitting in de taakgroep. "Maurice Hagebeuk van de KNVB was eens bij ons op bezoek en legde het idee aan ons voor. Een andere medewerker van de bond, Teun Jacobs, is daarna een avond hier geweest om ons over een en ander te informeren. Paul en ik hebben vervolgens besloten dat wij dit traject in zouden gaan. Het is een goede, objectieve manier om jezelf een spiegel te laten voorhouden. Is de kwaliteit van onze opleiding wel zo goed als wij denken dat-ie is? Op maar liefst 64 punten word je gescreend," vertelt Valkenburg.

    Van Rijswijk nam het op zich om alle onderwerpen digitaal vast te leggen: "Een enorme klus. Ik denk dat ik er wel honderd uur aan besteed heb. Dat geldt trouwens ook voor Harry, met wie ik veel heb samengewerkt. Niet alleen het vastleggen kostte veel tijd. Ook het achter de broek zitten van allerlei mensen die informatie moesten aanleveren nam uren in beslag."  Uiteindelijk lukte het "aanjager" Van Rijswijk een rapportage te produceren waarbij alles aan bod kwam: zaken als opleidingsvisie, structuur van de organisatie, leerlijnen, werkwijze, trainingssituatie, pedagogisch/didactische kennis, video-analyse, het monitoren van de ontwikkeling van spelers, het betrekken van de ouders, sportpsychologie, etcetera.

    Het rapport zond Van Rijswijk naar het sportconsultancybureau NMC Bright, dat in samenwerking met de KNVB een nieuwe manier van kwaliteitszorg ontwikkelde: het Kwaliteit & Performance Programma voor jeugdopleidingen.

    Op 20 december vond de audit plaats waarin werd onderzocht of Alphense Boys voldeed aan de kwaliteitseisen voor een Regionale Jeugdopleiding, zoals beschreven in bovengenoemd programma. "Een van de punten waarop we een min scoorden was het jaarplan. De speelwijze, bij ons 4-3-3, moet dan vertaald worden naar de trainingen. Een jaar of twintig geleden heb ik wel zo’n plan geschreven en een aantal trainers werkt daar ook nog mee, maar dat is gedateerd. Bij het schrijven van een nieuw plan heeft Marco van Rijn, samen met onze jeugdtrainers Paul Nibbelink, Sander van Dijk en Jonathan Jonk, een mooie rol gespeeld. Verder moet bij trainingen worden gecheckt of het plan wel wordt gevolgd. Ik spreek de trainers wel regelmatig als een soort klankbord, maar ik ben niet degene die dat gaat controleren. Ik heb vooral een organisatorische rol," stelt Bahlmann. "Tijdens de pilot hebben we daarvoor Dennis van den IJssel een keer gevraagd. Hij heeft een keer een training beoordeeld en een wedstrijd van het betreffende team bezocht. Je zou dat in de toekomst bijvoorbeeld ook aan Marco van Rijn kunnen vragen. Dan huur je als het ware hiervoor mensen een keertje in. Verder moeten we meer aandacht gaan besteden aan sportpsychologische thema’s en moeten er nog trainers op cursus. Je mag op vier van de 64 punten een min scoren en dat was bij ons precies het geval. Zo voldeden we aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het certificaat. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog andere zaken die op zich voldoende zijn, maar die we verder moeten ontwikkelen," vervolgt Valkenburg.

    Dat laatste werd duidelijk tijdens een op 27 februari gehouden review, de voorlopige afsluiting van het 1200 euro kostende project. Vertegenwoordigers van de KNVB, NMC Bright-medewerkers, Rob Kurvers (Feyenoord-Academy) en een aantal Boys-betrokkenen zetten conclusies en aanbevelingen toen op een rijtje. "We hebben tien aanbevelingen gekregen. Daar gaan we de komende periode mee aan de slag. Het is de bedoeling dat we continu bezig zijn met het verbeteren van de kwaliteit. Zo hebben we bijvoorbeeld pas een looptrainer aangesteld en zijn ook onze F-trainers op cursus gegaan," legt Valkenburg uit.

    "De bedoeling is dat we hierdoor zo goed mogelijk individuele talenten helpen zich te ontwikkelen. Daarbij maken we onder andere gebruik van Talento, een spelervolgsysteem dat we hebben geïmplementeerd. Elke trainer is verplicht om daarmee te werken. Dat opleiden doen we vooral voor de individuele speler, niet voor onszelf. Dat heeft niet zo veel zin, want als iemand boven het maaiveld uitsteekt wordt-ie weggehaald. Op deze manier kunnen we spelers helpen om later bij een profclub te komen," meent Bahlmann. "Maar het is natuurlijk ook wel leuk als de spelers die blijven in het eerste elftal komen. Dat is ook ons beleid. Dit jaar komen drie basisspelers van het eerste uit de A1 en volgend seizoen worden vijf A1-spelers in de A-selectie opgenomen," voegt Valkenburg toe.

    Voor wat betreft de samenwerking met Feyenoord verandert er niets. "Alles blijft hetzelfde. Het is wel leuk dat Remco Heerkens, de coördinator van de met de Rotterdammers samenwerkende amateurclubs, vertelde dat hij ook die verenigingen wil adviseren om dit traject te volgen. We gaan trouwens ook een samenwerkingsverband aan met een aantal amateurclubs in de regio, waaronder Floreant, ASW, FC VVC en naar alle waarschijnlijkheid vv Alphen," verklaart Bahlmann.

    Indirect profiteren ook de niet-selectieteams van de certificering. "Er is bijvoorbeeld meer structuur gekomen in de trainingen. En de trainers van de jongste teams gaan naar cursussen voor pupillentrainers. Verder zijn er regelmatig gasttrainingen door selectietrainers, die daarnaast kunnen helpen bij het samenstellen van de trainingen," vertelt Redegeld. "Een voordeel van de certificatie is ook dat alles is vastgelegd. Als er straks iemand komt solliciteren naar een trainersfunctie weet-ie precies wat er van hem verwacht wordt. Hij moet zich daar sowieso in kunnen vinden," aldus Redegeld.

    Het certificaat blijft drie jaar geldig. Daarna volgt een nieuwe screening.